Maria Corn Jöckln is aan het werk
Maria Corn Jöckln duwt en trekt de karnwip met een constant ritme. De witte, lauwe room verandert geleidelijk aan in boter, in huiselijk goud. Elke beweging is een daad van vertrouwen: de hoop dat het werk zich omzet in iets goeds, concreets, noodzakelijks.
Naast de kachel rust Maria Corn, dochter van Antonio, wat uit. Haar handen trillen een beetje, maar haar blik blijft waakzaam. Jarenlang was zij het die de maso draaiende hield wanneer de mannen in het bos waren, of ver weg voor seizoensarbeid. Nu is aan de jonge vrouw om het werk voort te zetten.
Veel woorden zijn niet nodig.
De lucht is zwaar van allerlei geuren
De lucht is zwaar van allerlei geuren. De geur van indikkende melk, van brandend hout, van het hete ijzer van de kachel. Op de plan wacht een pot room op zijn beurt. Vanuit het raam dringt een smalle lichtstrook binnen, die de kamer in tweeën snijdt als een belofte van daglicht. Buiten ligt Fierozzo nog in de nevel. Alleen het verre kraaien van een haan herinnert eraan dat het leven, zelfs hier boven, gewoon doorgaat.
Maria glimlacht. De boter begint zich te scheiden van de karnemelk. Ze verzamelt hem zorgvuldig, zoals je iets waardevols verzamelt. De goudkleurige massa wordt stevig tussen haar handen, en ze vormt hem in een houten mal, met traditionele bewegingen, overgeleverd door moeders en grootmoeders. De oudere vrouw knikt tevreden.